ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ6695
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen dwangbevel fosfaatheffing wegens onvoldoende onderbouwing
De zaak betreft een verzetprocedure van [x] tegen een dwangbevel tot invordering van een naheffingsaanslag fosfaatheffing over het jaar 1999. [x] betwistte dat negen mesttransporten van een derde partij aan zijn bedrijf hadden plaatsgevonden en stelde dat de handtekeningen op afleveringsbewijzen niet van hem of zijn familie waren. Tevens voerde hij aan dat het dwangbevel onterecht was omdat de naheffingsaanslag niet terecht was opgelegd.
De rechtbank stelt dat in een verzetprocedure tegen een dwangbevel de gegrondheid van de onderliggende aanslag in principe niet ter discussie staat en dat het verzet niet kan worden gebaseerd op de stelling dat de aanslag onjuist is vastgesteld. De rechtbank overweegt dat de naheffingsaanslag is gebaseerd op de eigen aangifte van [x], die door zijn accountant is opgesteld en door [x] is ondertekend.
Uit het onderzoek van de Algemene Inspectiedienst (AID), inclusief getuigenverklaringen en administratieve documenten, blijkt dat de mesttransporten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. De stelling van [x] dat de transporten niet hebben plaatsgevonden is onvoldoende onderbouwd. Ook het ontbreken van betaling door de derde partij aan [x] leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank wijst het verzet af en veroordeelt [x] in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel fosfaatheffing wordt afgewezen en [x] wordt veroordeeld in de proceskosten.