ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ2957
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbitragebeding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend voor consument
In deze civiele zaak heeft eiser [x] Van Marrum aansprakelijk gesteld wegens ondeugdelijk uitgevoerde verbouwingswerkzaamheden. Van Marrum beroept zich op een arbitragebeding in de Algemene Voorwaarden voor Aannemingen in het bouwbedrijf 1992 (AVA 1992), opgenomen in een opdrachtbevestiging die door [x] is ondertekend.
De rechtbank stelt vast dat het arbitragebeding een overeenkomst tot arbitrage inhoudt, maar onderzoekt of dit beding vernietigbaar is wegens onredelijkheid. Hoewel Van Marrum de terhandstelling van de AVA 1992 betwist, rust de bewijslast hiervoor op Van Marrum. Zelfs bij bewijs van terhandstelling oordeelt de rechtbank dat het beding onredelijk bezwarend is.
De rechtbank past artikel 6:233 BW Pro en de Richtlijn 93/13/EEG toe en concludeert dat het arbitragebeding de consument belemmert zijn rechtsvordering voor een gewone rechter te brengen, wat strijdig is met goede trouw en het evenwicht tussen partijen verstoort. Daarom wordt het beding vernietigd en wijst de rechtbank het beroep op arbitrage af, waardoor zij bevoegd blijft de hoofdzaak te behandelen.
Uitkomst: Het arbitragebeding in de AVA 1992 wordt als onredelijk bezwarend vernietigd, waardoor de rechtbank bevoegd blijft de hoofdzaak te behandelen.