ECLI:NL:RBLEE:2009:BI2621

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
7 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
17/080279-95 TBS
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 5 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging wegens pedofilie en ernstige persoonlijkheidsstoornis

De rechtbank Leeuwarden heeft op 7 april 2009 besloten de termijn van terbeschikkingstelling (TBS) met verpleging van de veroordeelde te verlengen met twee jaar. Dit volgt op een schriftelijke vordering van de officier van justitie en na behandeling waarbij de veroordeelde, zijn raadsman, de officier van justitie en een deskundige aanwezig waren.

Uit diverse rapportages, waaronder die van het behandelteam van het Forensisch Psychiatrisch Centrum Oldenkotte en psychiater en psycholoog, blijkt dat de diagnose van de veroordeelde, bestaande uit pedofilie en een ernstige persoonlijkheidsstoornis van gemengde aard, sinds de laatste beoordeling niet wezenlijk is veranderd. De veroordeelde toont onvoldoende inzicht in zijn delict- en risicofactoren en heeft geen rendement van therapieën laten zien. Er is een hoog risico op recidive bij het vervallen van de maatregel.

Hoewel de instelling een longstay-aanvraag heeft ingediend en geen verdere therapieën zinvol acht, zien andere deskundigen mogelijkheden voor begeleid verlof en hervatting van resocialisatie. De raadsman betoogde dat de longstay-aanvraag te lang duurt en dat de veroordeelde geschikt is voor begeleid verlof en beperkte resocialisatie.

De rechtbank oordeelt dat de delictgevaarlijkheid en psychische problematiek een voortzetting van de TBS-maatregel vereisen. Tegelijkertijd wijst zij op de plicht van de instelling om concrete resocialisatiemogelijkheden te onderzoeken, mede gelet op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechtbank verlengt daarom de TBS-termijn met twee jaar, waarbij de behandeling zich vooral richt op de kwaliteit van leven van de veroordeelde.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de TBS-maatregel met verpleging met twee jaar vanwege onveranderde psychische problematiek en hoog recidiverisico.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector straf
parketnummer 17/080279-95 TBS
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 7 april 2009 op een vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling
in de zaak tegen
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
thans verblijvende FPC Oldenkotte, locatie Rekken te Rekken.
Procesverloop
De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met 2 jaar.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 24 maart 2009, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsman mr. I. de Vos, de officier van justitie en [naam] als getuige-deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder:
- het rapport met advies van het behandelteam van de inrichting waar de veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd, d.d. 5 januari 2009,
- de door [naam], psychiater, opgemaakte psychiatrische rapportage d.d. 30 januari 2009 en
- de door [naam], forensisch psycholoog, opgemaakte psychologische rapportage d.d.1 februari 2009;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.
Motivering
De rechtbank Leeuwarden heeft bij vonnis van 29 augustus 1996 aan [veroordeelde] een ter beschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd terzake van verkrachting en aanranding van de eerbaarheid.
Zowel uit het verlengingsadvies van het Forensisch Psychiatrisch Centrum Oldenkotte waar veroordeelde verblijft (hierna: de instelling), als de rapportages van [naam] en [naam], blijkt dat de diagnose van veroordeelde sinds de laatste beoordeling in het kader van een TBS-verlenging, niet wezenlijk is veranderd. Bij veroordeelde is sprake van pedofilie en een ernstige persoonlijkheidsstoornis van gemengde aard. Diverse therapieën hebben geen intrinsieke motivatie tot verandering weten te bewerkstelligen en in het huidige functioneren van veroordeelde is geen rendement zichtbaar van de diverse gevolgde therapieën. Veroordeelde heeft voorts onvoldoende blijk gegeven van inzicht in zijn delict- en risicofactoren, terwijl veroordeelde op het gebied van (sociale) vaardigheden tekort schiet. Veroordeelde heeft moeite zich sociaal te handhaven en het ontbreekt hem aan een adequaat netwerk. Hoewel het gebruik van libidoremmende middelen binnen de TBS-verpleging goed is ingekaderd, bestaat een reëel risico dat veroordeelde de door hem gebruikte libidoremmende middelen niet zal blijven gebruiken indien hij vrij zou komen.
Gelet op de voorgaande factoren, wordt de kans op recidive in alle rapportages bij het direct vervallen van de huidige maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, als hoog ingeschat. Het voorgaande neemt niet weg dat in de rapportages van [naam] en [naam], anders dan het advies van de instelling die een longstay aanvraag heeft ingediend, mogelijkheden worden gezien voor begeleid verlof van veroordeelde en het hervatten van het resocialisatietraject.
Ter terechtzitting heeft de deskundige toegelicht dat om voornoemde redenen TBS-verlenging met twee jaar is geïndiceerd. De behandeling van veroordeelde zal daarbij vooral gericht zijn op de kwaliteit van leven van veroordeelde. Behandeling van de psychische problematiek en persoonlijkheidsstoornissen van veroordeelde, zal niet door middel van therapieën worden voortgezet aangezien de instelling van mening is dat behandeling niet zinvol is. Voormelde factoren uit het verlengingsadvies liggen eveneens ten grondslag aan de longstay-aanvraag door de instelling.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De raadsman heeft ter zitting aangegeven dat de longstay aanvraag veel te lang duurt en dat deze aanvraag bij veroordeelde overigens niet geïndiceerd is. Hij stelt bovendien dat de instelling niet langer behandelt en veroordeelde onvoldoende kwaliteit van leven biedt. De door hem aangevraagde therapie terzake van het verwerken van zijn trauma's wordt niet aangeboden, terwijl veroordeelde voor het overige nauwelijks wat om handen heeft. Voorts geeft de raadsman aan dat veroordeelde geschikt is voor begeleid verlof, alsmede voor -beperkte- resocialisatie op termijn. De raadsman geeft aan dat herselectie van een andere instelling een optie is die onderzocht zou moeten worden. Tot slot heeft de raadsman aangegeven dat niet duidelijk is waarom veroordeelde thans nog libidoremmende middelen gebruikt, nu zijn verloven zijn ingetrokken in het kader van de longstay aanvraag.
De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank is op grond van de uitgebrachte adviezen en de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde tot het oordeel gekomen dat de delictgevaarlijkheid ook thans nog van dien aard is dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen een voortzetting van de terbeschikkingstelling vereisen nu de psychische problematiek die ten grondslag lag aan de door de veroordeelde gepleegde delicten nog onveranderd aanwezig is. Dat neemt niet weg dat op de instelling, ook na verlenging van de terbeschikkingstelling, tegen de achtergrond van art. 5 EVRM Pro, de plicht rust tot het ter hand nemen van een nieuwe resocialisatiepoging indien daartoe concrete aanwijzingen zijn (De rechtbank verwijst in dit verband naar: Gerechtshof Arnhem, 2 juli 2007, LJN: BA8529). Hoewel de rechtbank niet bevoegd is te oordelen over de door de instelling aangevraagde longstay als zodanig, dient de instelling naar het oordeel van de rechtbank te inventariseren of, en zo ja welke, resocialisatiemogelijkheden er -al dan niet op de langere termijn en al dan niet in beperkte vorm- in het geval van veroordeelde zijn. Voor dergelijke resocialisatiemogelijkheden bestaan aanwijzingen gelet op de adviezen van de deskundigen [naam] en [naam], die geleidelijke resocialisatie van veroordeelde -zij het onder begeleiding en tot een beperkt niveau- niettemin een reële mogelijkheid achten. Een aanwijzing is voorts dat de verloven van veroordeelde in het kader het eerder ingezette resocialisatietraject zonder incidenten zijn verlopen, terwijl dat resocialisatietraject als zodanig zonder aanwijsbare reden lijkt te zijn stopgezet.
De deskundige [naam] heeft in dat kader ter zitting nog aangegeven dat begeleide verloven in ieder geval ook thans nog tot mogelijkheden zouden moeten behoren in het geval van veroordeelde.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke [veroordeelde] voornoemd ter beschikking is gesteld met twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. S.B. van Baalen en mr. C.A. Deenik, rechters, bijgestaan door A. van Dijk, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2009.
Mr. Deenik is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.