ECLI:NL:RBLEE:2008:BF3919
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging en nakoming alimentatieovereenkomst tussen ex-echtgenoten
De zaak betreft een geschil tussen twee ex-echtgenoten over de alimentatieovereenkomst van 13 januari 2003. De man verzoekt wijziging van de partneralimentatie omdat de vrouw in haar eigen levensonderhoud kan voorzien en zich niet aan de afspraken zou hebben gehouden. De vrouw verzoekt primair intrekking van de overeenkomst wegens grove miskenning van wettelijke maatstaven, subsidiair wijziging.
De rechtbank onderzoekt de uitleg van de complexe alimentatieregeling, met name de toepassing van paragraaf 2 sub 3 over inkomsten boven € 9.000,-- en de aftrek van beroepskosten. De rechtbank kiest voor de methodiek van de man, waarbij een vast percentage van 8% van het bruto inkomen als beroepskosten wordt gehanteerd. Vervolgens wordt de alimentatie voor de jaren 2004 tot en met 2007 berekend volgens deze methode.
De rechtbank oordeelt dat wijziging van de overeenkomst niet aan de orde is, maar nakoming wel. De vrouw wordt verplicht haar inkomensgegevens te verstrekken, maar een dwangsom wordt niet opgelegd. Het verzoek van de vrouw tot intrekking wordt afgewezen omdat er geen sprake is van grove miskenning van wettelijke maatstaven. De rechtbank behandelt ook de kinderalimentatie en stelt vast dat de vrouw niet-ontvankelijk is voor wijziging ten aanzien van de meerderjarige dochter. Voor de minderjarige dochter wordt een bijdrage vastgesteld op basis van co-ouderschapsregeling en draagkracht.
De rechtbank wijst het verzoek van de man tot nakoming toe en houdt verdere beslissingen aan in afwachting van nadere stukken. Partijen worden aangemoedigd tot een minnelijke regeling te komen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot nakoming van de alimentatieovereenkomst toe en wijst het verzoek tot intrekking of wijziging af.