ECLI:NL:RBLEE:2008:BF2977
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Keuning
- A. van Suilen
- P. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over fiscale behandeling deelname in film-CV’s en toepassing meerderheidsregel
Eiser is in 2001 toegetreden als commanditair vennoot in CV 9 en nam een verlies van €15.203 op in zijn belastingaangifte. Verweerder corrigeerde dit verlies omdat volgens hem CV 9 geen onderneming dreef maar slechts een kasronde was, waardoor geen voordeel te verwachten viel.
De rechtbank beoordeelde of sprake was van een bron van inkomen, waarbij werd vastgesteld dat vanwege het vooraf vaststaande negatieve resultaat van CV 9 redelijkerwijs geen voordeel kon worden verwacht. Dit oordeel werd gebaseerd op objectieve criteria en documenten waaruit bleek dat de filmrechten vrijwel direct met verlies werden vervreemd.
Daarnaast werd de meerderheidsregel toegepast: vijf vergelijkbare gevallen waarbij de verliezen wel werden geaccepteerd, waardoor in meerderheid van vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing achterwege bleef. Dit leidde tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van het belastbare inkomen.
De rechtbank wees op het ontbreken van een onderneming door de CV’s, het ontbreken van winstvaststellingsovereenkomsten voor CV 4, 5 en 6, en de feitelijke productie door derden. Ook werd gewezen op de kasronde-constructie waarbij geldstromen werden rondgepompt zonder dat sprake was van daadwerkelijke voortbrengingskosten.
De uitspraak bevestigt dat fiscale faciliteiten zoals willekeurige afschrijving en investeringsaftrek niet automatisch gelden en dat de feitelijke economische realiteit bepalend is voor de fiscale kwalificatie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag wordt verminderd met het door eiser opgevoerde verlies van €15.203.