ECLI:NL:RBLEE:2008:BD3017
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onjuiste uitleg afwisseling van houding
Eiseres was sinds 1996 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering. Het UWV trok deze uitkering per 24 juli 2006 in, omdat zij volgens medische en arbeidsdeskundige rapporten minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiseres maakte bezwaar en voerde aan dat zij zwaarder beperkt was, met name vanwege de beperking op het item 'afwisseling van houding' in de functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank overwoog dat de medische grondslag van het UWV-besluit reeds onherroepelijk was vastgesteld en niet ter discussie stond, tenzij er nieuwe medische gegevens waren die een ander licht wierpen. De door eiseres overgelegde medische stukken na de eerdere uitspraak gaven geen aanleiding tot herbeoordeling van haar gezondheidstoestand.
De kern van het geschil betrof de uitleg van de beperking 'afwisseling van houding' in de FML. De rechtbank stelde vast dat deze beperking twee betekenissen kan hebben: enerzijds dat er meer afwisseling vereist is dan reeds in andere beperkingen is opgenomen, anderzijds dat functies specifieke houdingen moeten bevatten die afwisselbaar zijn. Het UWV had deze beperking echter onjuist uitgelegd, wat leidde tot een onjuiste duiding van de functies die eiseres zou kunnen vervullen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het UWV werd opgedragen in een nieuw besluit duidelijk te maken welke betekenis aan de beperking 'afwisseling van houding' wordt toegekend en op basis daarvan functies te duiden. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onjuiste uitleg van de beperking 'afwisseling van houding'.