ECLI:NL:RBLEE:2008:BC1720

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
11 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
211925 CV EXPL 07488
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:19 lid 5 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling advocatendeclaratie ondanks ontbinding rechtspersoon

De zaak betreft een vordering van een advocatenkantoor tegen een besloten vennootschap die tijdens de procedure is ontbonden. Het advocatenkantoor vordert betaling van een factuur voor rechtskundige bijstand verleend in juni 2006, inclusief incassokosten en rente.

De gedaagde vennootschap voert verweer dat het afgesproken uurtarief lager was dan door eiseres gehanteerd en dat ontbinding van de vennootschap een vonnis onmogelijk maakt omdat de rechtspersoon niet meer zou bestaan. De kantonrechter oordeelt dat ontbinding niet leidt tot het absolute einde van de rechtspersoonlijkheid, mede op grond van artikel 2:19 lid 5 BW Pro, en dat de procedure kan worden voortgezet.

De kantonrechter wijst de vordering toe, waarbij het uurtarief wordt aangepast aan het door gedaagde erkende bedrag. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De ontbonden vennootschap wordt veroordeeld tot betaling van de advocatendeclaratie met rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector kanton
Locatie Leeuwarden
zaak-/rolnummer: 211925 \ CV EXPL 07-488
vonnis van de kantonrechter d.d. 11 januari 2008
inzake
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] Advocatenkantoor B.V.,
hierna te noemen: [eiseres],
gevestigd te [plaats],
eiseres,
gemachtigde: LAVG Landelijke Ass. Van Gerechtsdeurw.,
tegen
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Pradosta Beheer B.V.,
hierna te noemen: Pradosta,
gevestigd te Kollum,
gedaagde,
gemachtigde: [gemachtigde].
Procesverloop
1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft [eiseres] gevorderd om Pradosta te veroordelen tot betaling van € 259,41 met rente en kosten.
Pradosta heeft bij antwoord de vordering betwist.
Na repliek, tevens houdende akte tot vermindering van eis, dupliek en akte uitlating producties is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.
Door [eiseres] en Pradosta zijn producties in het geding gebracht.
Motivering
De vordering
2. [eiseres] vordert betaling van een factuur ter zake van in juni 2006 door haar in opdracht en voor rekening van Pradosta verrichte rechtskundige bijstand. Aangezien Pradosta niet tijdig aan haar betalingsverplichting heeft voldaan, ondanks dat zij daartoe is aangemaand, heeft [eiseres] haar vordering ter incasso uit handen gegeven. Op grond van de op de tussen partijen gesloten overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden vordert [eiseres] buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 37,- en wettelijke rente. Subsidiair vordert zij de incassokosten als vermogensschade.
Het verweer
3. Pradosta heeft bij antwoord gesteld dat [eiseres] is uitgegaan van een onjuist uurtarief, namelijk € 165,- in plaats van het afgesproken uurtarief van € 125,-.
Bij dupliek heeft Pradosta gesteld dat bij besluit van 23 juli 2007 van de algemene vergadering van aandeelhouders is besloten om te komen tot ontbinding van de vennootschap. Dit besluit is op 14 augustus 2007 geregistreerd in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Gelet op de ontbinding kan er geen vonnis meer worden gewezen, omdat er sprake is van een niet meer bestaande rechtspersoon.
beoordeling van het geschil
4. De kantonrechter zal allereerst oordelen over de stelling van Pradosta, dat er als gevolg van de ontbinding van de vennootschap geen vonnis kan worden gewezen.
Anders dan Pradosta kennelijk veronderstelt zijn de gevolgen van ontbinding van een vennootschap niet absoluut, zoals blijkt uit bijvoorbeeld artikel 2:19 lid 5 BW Pro of de omstandigheid dat het faillissement van een ontbonden vennootschap nog kan worden aangevraagd.
In deze procedure heeft Pradosta ook nog een proceshandeling verricht na het besluit tot ontbinding, hetgeen moeilijk valt te rijmen met het door haar gestelde niet meer bestaan van de rechtspersoon.
Voorts acht de kantonrechter van belang dat het besluit tot ontbinding van de vennootschap is genomen nadat Pradosta door [eiseres] in rechte was betrokken. Het hangende de procedure ontbinden van de rechtspersoon zou, indien het standpunt van Pradosta zou worden gevolgd, leiden tot een frustreren van de procedure en daarmee van de belangen van [eiseres], gelet ook op haar mogelijkheid vereffening van het vermogen van Pradosta te bewerkstelligen.
Dit alles leidt tot het oordeel dat, ondanks het besluit tot ontbinding van Pradosta, de procedure kan worden voortgezet en dat er eindvonnis kan worden gewezen.
5. Het verweer van Pradosta tegen de vordering van [eiseres] bestaat verder slechts uit een betwisting van het aanvankelijk door [eiseres] gehanteerde uurtarief. [eiseres] heeft de juistheid van dit verweer bij repliek erkend en het door haar gehanteerde uurtarief aangepast aan het door Pradosta gestelde bedrag van € 125,-. Met inachtneming van de verder niet door Pradosta betwiste tijdsbesteding, opgeld vanwege kantoorkosten en BTW berekent de kantonrechter de door [eiseres] gevorderde hoofdsom op een bedrag van € 168,19. Dit bedrag zal worden toegewezen.
6. De door gevorderde en niet betwiste buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente zullen eveneens worden toegewezen.
7. Pradosta zal als in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
Beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt Pradosta tot betaling aan [eiseres] van een bedrag groot € 208,97 (zegge: tweehonderd en acht euro en zevenennegentig cent) te vermeerderen met de wettelijke rente over € 168,19 vanaf 22 december 2006 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt Pradosta in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op € 150,- wegens salaris en op € 160,85 wegens verschotten;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 januari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.
c 184