ECLI:NL:RBLEE:2007:BA6709
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens langdurige detentie huurder en niet-bewoning woning
Smallingerland vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] omdat deze door een gevangenisstraf van drie jaar niet in staat is de woning zelf te bewonen, wat een contractuele verplichting is. Daarnaast stelt Smallingerland dat er overlast zou zijn veroorzaakt door [gedaagde] en zijn omgeving, maar dit is onvoldoende onderbouwd.
De huurder betwist de overlast en stelt dat zijn zoon medehuurder is, wat de rechtbank verwerpt omdat er geen formeel verzoek tot medehuur is gedaan. Ook betwist hij dat hij veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar de rechtbank bevestigt de veroordeling en gaat ervan uit dat hij langdurig afwezig zal zijn.
De rechtbank oordeelt dat het langdurig niet zelf bewonen van het gehuurde een toerekenbare tekortkoming is die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De belangen van de verhuurder wegen zwaarder dan het belang van de huurder bij voortzetting. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt toegewezen met een ontruimingstermijn van veertien dagen na betekening.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van schadevergoeding wegens langdurige detentie en niet-bewoning.