ECLI:NL:RBLEE:2007:BA6593
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over aflossingscapaciteit bij terugvordering WW-uitkering wegens aanvullende ziektekostenverzekering
Eiser, die sinds 10 december 2002 een WW-uitkering ontving en later recht kreeg op een WAO-uitkering, kreeg een terugvordering van ten onrechte ontvangen WW-uitkeringen over de periode 10 december 2002 tot en met 2 januari 2005. Verweerder stelde de aflossingscapaciteit vast en wijzigde deze meerdere malen, waarbij het ging om de vraag welke kosten in de beslagvrije voet meegenomen moesten worden.
Eiser stelde dat het inkomen van zijn partner niet bij zijn WAO-uitkering mocht worden opgeteld maar in mindering gebracht moest worden op de beslagvrije voet, en dat de premie voor de aanvullende ziektekostenverzekering van zijn partner ten onrechte buiten beschouwing was gelaten. Verweerder wijzigde het besluit en rekende de woonlasten volledig toe aan eiser, maar handhaafde het standpunt dat de zorgpremie van de partner niet meegenomen mocht worden.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een procesbelang, omdat dit besluit was gewijzigd. Ten aanzien van het tweede besluit oordeelde de rechtbank dat de premie van de aanvullende ziektekostenverzekering van de partner wel in de beslagvrije voet moet worden betrokken, omdat deze premies op één nota aan eiser worden gefactureerd en er geen bewijs is dat de partner een eigen inkomen heeft. Het besluit werd vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit gegrond verklaard, waarbij het tweede besluit is vernietigd.