ECLI:NL:RBLEE:2007:BA5777
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huur bedrijfsruimte videotheek onder artikel 7:290 BW
De zaak betreft een geschil tussen een huurder van een videotheek en verhuurder Lidl over de kwalificatie van de huurovereenkomst. De huurder stelde dat het gehuurde bedrijfsruimte is in de zin van artikel 7:290 BW Pro, waardoor speciale huurbescherming geldt. Lidl betwistte dit en stelde dat het om huur van een gebouwde onroerende zaak gaat onder artikel 7:230a BW.
De rechtbank beoordeelde of de videotheek als kleinhandelsbedrijf kan worden aangemerkt. Gezien de activiteiten van de huurder, waaronder verhuur en verkoop van DVD's, snoep en ijs, en de plaatsgebondenheid van de onderneming, concludeerde de rechtbank dat de videotheek onder de categorie kleinhandelsbedrijf valt. Tevens oordeelde de rechtbank dat partijen bij het aangaan van de huurovereenkomst het gehuurde bestempelden als bedrijfsruimte, mede gelet op de huurovereenkomst en de toepasselijkheid van de algemene bepalingen voor bedrijfsruimte.
Op basis hiervan werd het verzoek van de huurder om niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn afgewezen. De rechtbank veroordeelde Lidl wel tot betaling van de proceskosten aan de huurder, omdat de procedure door het handelen van Lidl noodzakelijk was geworden.
Uitkomst: Het verzoek van de huurder tot niet-ontvankelijkheid in zijn verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn wordt afgewezen en Lidl wordt veroordeeld in de proceskosten.