ECLI:NL:RBLEE:2006:BZ8620
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering handhavend optreden tegen zonder bouwvergunning opgerichte schuur
Eisers verzochten het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Bildt handhavend op te treden tegen een zonder bouwvergunning opgerichte schuur op het perceel van bakkerij [adres]. Het college wees dit verzoek af, stellende dat sprake was van een bijzonder geval omdat de schuur sinds 1984 bekend en gedoogd werd en legalisatie mogelijk was.
Eisers maakten bezwaar en stelden dat de schuur verwijderd moest worden vanwege geluidsoverlast en dat het college nalatig had gehandeld door niet eerder op te treden. Zij betwistten het bijzondere geval en voerden aan dat het verzoek tot handhaving niet te laat was ingediend.
De rechtbank overwoog dat de schuur zonder vergunning was gebouwd en dat handhaving in beginsel verplicht is tenzij sprake is van een bijzonder geval. Hoewel geen concreet zicht was op legalisatie, oordeelde de rechtbank dat het langdurig gedogen sinds 1984 en het late verzoek tot handhaving door eisers een bijzonder geval vormden. Dit brengt mee dat het college in redelijkheid van handhaving kon afzien.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet handhavend op te treden tegen de illegale schuur wordt ongegrond verklaard.