ECLI:NL:RBLEE:2006:BD3857
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat depothouder geen ondernemer is voor inkomstenbelasting 2003
Eiser had voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd gekregen waarbij hij winst uit onderneming claimde vanwege zijn werkzaamheden als depothouder en krantenbezorger. Hij stelde dat hij ondernemer was en aanspraak maakte op starters- en zelfstandigenaftrek, alsmede op beroepskostenaftrek volgens de 12%-regeling en renteaftrek op zijn studielening.
De rechtbank stelde vast dat eiser weliswaar diverse werkzaamheden verrichtte voor drie opdrachtgevers, maar dat hij niet zelfstandig voor eigen rekening en risico een onderneming dreef. De vergoeding was vooraf vastgesteld, er was geen debiteuren- of voorraadrisico en hij kon geen klantenkring opbouwen. De investeringen waren minimaal en niet aannemelijk gemaakt. De toekenning van een omzetbelastingnummer en positieve verklaring ziekenfonds waren onvoldoende om ondernemerschap aan te nemen.
De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden als resultaat uit overige werkzaamheden moesten worden aangemerkt. De 12%-regeling was komen te vervallen met de Wet IB 2001 en eiser had onvoldoende vertrouwen kunnen ontlenen aan een ander beleid. De rente op de studielening was niet aftrekbaar omdat de lening deels uit de periode voor 2001 stamde en de Wet IB 2001 geen aftrek toestaat.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 2003 wordt bevestigd.