ECLI:NL:RBLEE:2006:BB9601
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar en vermindering heffingsrente bij aanslag inkomstenbelasting 2002
De rechtbank Leeuwarden behandelde een geschil over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2002. Verweerder had aan eiseres een aanslag opgelegd waarin een ten onrechte uitbetaalde heffingskorting werd verrekend en heffingsrente werd opgelegd. Eiseres had bezwaar gemaakt tegen deze aanslag, maar werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelde dat dit ten onrechte was en vernietigde die beslissing.
Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat eiseres als minstverdienende partner recht had op uitbetaling van heffingskortingen tot maximaal het bedrag van de door haar echtgenoot verschuldigde IB/PVV. Omdat de voorlopige aanslag een te hoge teruggaaf van heffingskortingen bevatte, was de aanslag terecht opgelegd. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder zonder verzoek van eiseres de voorlopige teruggaaf had verleend, wat een niet-zorgvuldige aanslagregeling betekende.
Daarom werd de heffingsrente die verweerder aan eiseres in rekening had gebracht verminderd tot nihil. De rechtbank wees erop dat heffingsrente een neutraal compensatiemechanisme is en geen sanctie, maar in dit geval was het onzorgvuldig om rente te heffen. Het beroep van eiseres werd gegrond verklaard, de heffingsrente verminderd, en het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar vernietigd en de heffingsrente verminderd tot nihil.