ECLI:NL:RBLEE:2006:BB2446
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de correctheid van de verhoging van het premie-inkomen Waz met zelfstandigenaftrek
Eiseres, die samen met haar echtgenoot en zoon een vennootschap onder firma drijft, maakte bezwaar tegen de aanslag Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz) over 2002. Verweerder had het premie-inkomen verhoogd door de zelfstandigenaftrek niet als aftrekpost te accepteren, wat ook invloed had op de fiscale oudedagsreserve.
Eiseres voerde aan dat zij recht had op de zelfstandigenaftrek omdat zij aan het urencriterium voldeed, dat verweerder de hoorplicht had geschonden en dat het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel waren geschonden omdat eerdere aangiften wel werden geaccepteerd.
De rechtbank stelde vast dat volgens de Waz het premie-inkomen de belastbare winst uit onderneming vermeerderd met ondernemersaftrek omvat, waaronder de zelfstandigenaftrek valt. Daarom was het niet correct om de zelfstandigenaftrek in mindering te brengen. De rechtbank verwierp ook de overige formele klachten, omdat verweerder binnen de wettelijke termijnen had beslist en de hoorplicht niet was geschonden gezien de schriftelijke verklaring van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard.
De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden of beroep in cassatie bij de Hoge Raad, onder voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de aanslag Waz is ongegrond verklaard en de verhoging van het premie-inkomen met de zelfstandigenaftrek is bevestigd.