ECLI:NL:RBLEE:2006:AZ2686

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
21 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/349 RDK
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 591 SvArt. 3 lid 2 onder a Wet tarieven in strafzakenReclasseringsregeling 1995
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding kosten inschakeling forensisch maatschappelijk werker in strafzaak

De raadkamer van de rechtbank Leeuwarden behandelde een verzoek tot vergoeding van kosten die verzoeker had gemaakt in een strafzaak. Verzoeker had voorafgaand aan de zitting een reclasseringsrapportage aangevraagd via de officier van justitie, maar deze was niet tijdig beschikbaar. Daarom schakelde de raadsman een forensisch maatschappelijk werker in die een rapport opstelde, dat door zowel de officier van justitie als de rechtbank werd meegewogen.

Op grond van artikel 591 lid 1 Wetboek Pro van Strafvordering en de Wet tarieven in strafzaken geldt dat kosten voor werkzaamheden die binnen een dienstverband bij de overheid worden verricht niet voor vergoeding in aanmerking komen. Een reclasseringsinstelling valt hieronder, waardoor normale reclasseringsrapporten door de overheid worden gefinancierd.

In dit geval was echter de reguliere weg via de reclassering niet tijdig beschikbaar en werd aanhouding van de zaak niet wenselijk geacht. Daarom koos de verdediging voor een alternatieve route. De raadkamer oordeelde dat het rapport van de forensisch maatschappelijk werker het belang van het onderzoek diende en dat de gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking komen.

De raadkamer kende daarom een vergoeding toe van €496,90 voor de kosten van het inschakelen van de forensisch maatschappelijk werker, met betaling aan de advocaat van verzoeker.

Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €496,90 voor de kosten van het inschakelen van een forensisch maatschappelijk werker.

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden
Sector strafrecht
VERZOEK SCHADEVERGOEDING 591 Sv
Parketnummer: 17/885034-06
Rekestnummer: 06/349
BESCHIKKING van de meervoudige raadkamer van de rechtbank te Leeuwarden, op het verzoekschrift van:
[verzoeker], veroordeelde,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
advocaat mr. T. van der Goot.
Het verzoek strekt tot vergoeding van kosten, welke verzoeker heeft gemaakt ten gevolge van de tegen verzoeker onder parketnummer 17/885034-06 gevoerde strafzaak tot een bedrag van in totaal ? 496,90. Dit verzoek is op 25 oktober 2006 behandeld in raadkamer, blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal.
Bij de behandeling is gebleken dat verzoeker kosten heeft gemaakt in de tegen hem gevoerde strafzaak. Deze kosten bestaan uit het door verzoeker inschakelen van een forensisch maatschappelijk werker in verband met het opstellen van een rapport over de persoon van veroordeelde (verzoeker).
De raadkamer overweegt hiertoe als volgt.
De raadkamer neemt als vaststaand aan dat de raadsman voorafgaand aan de behandeling ter terechtzitting, de officier van justitie heeft verzocht over de persoon van verdachte een reclasseringsrapportage te doen opmaken. De officier van justitie heeft dit verzoek van de raadsman ingewilligd en de opdracht tot het opmaken van een voorlichtingsrapport aan de reclassering verstrekt. Na enige tijd bleek dat de reclassering niet tijdig voor de zitting een voorlichtingsrapport gereed zou kunnen hebben. Vervolgens heeft de raadsman een niet aan een reclasseringsinstelling verbonden forensisch maatschappelijk werker ingeschakeld die een rapport over de persoon van veroordeelde heeft opgemaakt. Dit rapport is door de raadsman op voorhand aan de rechtbank en de officier van justitie verzonden.
Tijdens de behandeling ter terechtzitting heeft de officier van justitie de inhoud van het door de raadsman ingebrachte rapport uitdrukkelijk laten meewegen bij het formuleren van haar eis. Verder blijkt uit het in de zaak gewezen vonnis dat de rechtbank het door de raadsman ingebrachte rapport heeft betrokken bij de strafmotivering.
In zijn algemeenheid geldt, voor zover van belang, dat op grond van artikel 591 lid 1 Wetboek Pro van Strafvordering (Sv) aan de gewezen verdachte uit 's Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor de kosten, welke ingevolge het bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde, ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen, voor zover de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek heeft gediend. Voorts geldt dat op grond van artikel 3 lid 2 onder Pro a van de Wet tarieven in strafzaken, geen vergoeding wordt toegekend voor werkzaamheden die deel uitmaken van een taak waarvoor een dienstverband met het Rijk bestaat. De raadkamer stelt vast dat een reclasseringsinstelling haar werkzaamheden binnen een dienstverband in de zin van deze wet verricht en dat deze werkzaamheden worden omgeven door de waarborgen zoals die zijn neergelegd in de Reclasseringsregeling 1995.
Met bovengenoemde wetgeving heeft de overheid bedoeld dat de financiering van dergelijke reclasseringswerkzaamheden, zoals het opmaken van een voorlichtingsrapport, door de overheid dient plaats te vinden, in die zin dat een vergoeding voor deze werkzaamheden via de weg van artikel 591 Sv Pro uitgesloten is.
Hieruit kan geconcludeerd worden dat, indien de mogelijkheid bestaat een voorlichtingsrapport te verkrijgen via een reclasseringsinstelling, en de verdediging er desondanks voor kiest om via andere wegen een rapport over een verdachte op te laten maken, deze kosten in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Echter, in het onderhavige geval is gebleken dat de verdediging heeft getracht om via een reclasseringsinstelling een rapport te verkrijgen, in een situatie waarin ook het openbaar ministerie een dergelijk rapport kennelijk van belang achtte. Toen deze weg voor de verdediging was afgesloten gezien het feit dat de reclassering niet tijdig aan dit verzoek bleek te kunnen voldoen en aanhouding van de zaak niet wenselijk werd geacht, is de keuze gemaakt een alternatieve weg te bewandelen.
Voorts overweegt de raadkamer dat de inhoud van het door de raadsman ingebrachte rapport in de onderliggende strafzaak zowel door de officier van justitie als door de rechtbank uitdrukkelijk is meegewogen tijdens het onderzoek ter zitting alsmede door de rechtbank tijdens de beraadslaging. De raadkamer komt derhalve tot het oordeel dat dit rapport in casu het belang van het onderzoek heeft gediend en dat de verzochte vergoeding van proceskosten voor toewijzing vatbaar is.
BESLISSING
De raadkamer:
kent aan verzoeker een vergoeding tot van ? 496,90 (zegge: vierhonderdzesennegentig euro en negentig cent), over te maken op rekeningnummer [nummer] ten name van Anker & Anker advocaten, onder vermelding van dossiernummer [nummer].
Deze beschikking is gegeven door mr. B.J. de Jong, voorzitter, mr. G. Bracht en mr. H. van der Werff, rechters, bijgestaan door mr. E.M. Troost, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2006.