ECLI:NL:RBLEE:2006:AZ2114
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verwijdering camera’s wegens onvoldoende privacy-inbreuk
Eiser, bestaande uit een natuurlijk persoon en een besloten vennootschap, vordert in kort geding dat gedaagde wordt verboden camera’s te plaatsen of te laten hangen die gericht zijn op hun woning, bedrijf en overige eigendommen. Gedaagde heeft twee camera’s op zijn woning geplaatst om zijn auto te bewaken tegen vandalisme. Eén camera is een dummy, de andere functioneel maar niet aangesloten.
Eiser stelt dat de camera’s onrechtmatig zijn omdat zij inbreuk maken op hun privacy. Gedaagde betwist dit en voert aan dat de camera’s niet gericht zijn op het perceel van eiser en dat de beelden niet herkenbaar zijn. De voorzieningenrechter heeft een descente gehouden en vastgesteld dat de camera’s niet over een inzoomfunctie beschikken en dat de beelden onscherp zijn.
De rechtbank oordeelt dat het recht op privacy van eiser onvoldoende wordt geschonden omdat de camera’s niet gericht zijn op hun perceel en de beelden geen herkenbare personen tonen. De vordering tot verwijdering van de camera’s wordt daarom afgewezen. Ook de vordering van gedaagde tot het verbieden van parkeren nabij zijn invalidenparkeerplaats wordt afgewezen omdat eiser zich binnen zijn recht bevindt.
Beide partijen worden in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tot verwijdering van camera’s en van gedaagde tot parkeerverbod worden afgewezen.