ECLI:NL:RBLEE:2006:AZ2067
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingsrente en voorlopige aanslag inkomstenbelasting na SO-diskette
Eiser, voormalig directeur-grootaandeelhouder, verkocht in 2004 zijn aandelen en liet via een SO-diskette een schatting van zijn belastbare inkomen aan de Belastingdienst weten. Ondanks verwerking van deze gegevens werd geen voorlopige aanslag opgelegd. Later legde de Belastingdienst een voorlopige aanslag met heffingsrente op, welke eiser betwistte.
De rechtbank stelt vast dat het indienen van een SO-diskette niet als een duidelijk en volledig verzoek om een voorlopige aanslag kan worden beschouwd vanwege het massale verwerkingsproces. Ook een brief van eiser in december 2005 kwalificeert niet als zodanig omdat de aanslag binnen drie maanden werd opgelegd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs.
Verder wordt geoordeeld dat de geschatte belastingschuld niet in aanmerking kan worden genomen bij de berekening van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen, omdat eiser geen tijdig schriftelijk verzoek om een voorlopige aanslag heeft gedaan. Het beroep van eiser wordt daarom ongegrond verklaard en geen proceskosten worden toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de heffingsrente wordt terecht in rekening gebracht.