ECLI:NL:RBLEE:2006:AZ0552
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing energiepremie wegens niet tijdige voltooiing warmtepompboiler
Eiser verzocht op 8 juli 2003 bij energiebedrijf Essent om een energiepremie voor de aanschaf van een warmtepompboiler die onderdeel was van een nieuwbouwwoning. De woning werd op 4 april 2003 opgeleverd en in gebruik genomen. Het energiebedrijf wees het verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte bij de Minister van VROM, die het bezwaar eveneens afwees. Na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd het dossier doorgestuurd aan verweerder, die het bezwaar opnieuw afwees. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat de aanschaf van de warmtepompboiler pas op 4 april 2003 was voltooid, omdat dit het moment van oplevering en ingebruikname van de woning was. De wet- en regelgeving voor energiepremies uit 2001 en 2002 is alleen van toepassing op voorzieningen waarvan de aanschaf uiterlijk in die jaren was voltooid. Ook de overgangsregeling uit het Besluit van 5 december 2002 was niet van toepassing omdat de koopovereenkomst van de warmtepompboiler in 2001 was gesloten.
Eiser voerde tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, stellende dat anderen in dezelfde straat wel een premie hadden ontvangen. De rechtbank oordeelde dat eiser niet had voldaan aan de bewijs- en stelplicht om aan te tonen dat verweerder onjuist of ongelijk had gehandeld. De rechtbank concludeerde dat de afwijzing terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de rechtbank een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de energiepremie bevestigd.