ECLI:NL:RBLEE:2006:AY9252
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat meerderjarige kinderen niet mogen worden betrokken bij beoordeling gebruikelijke zorg in AWBZ
Verzoekster, wonende te Surhuisterveen, maakte bezwaar tegen het besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om haar per 1 januari 2006 geen huishoudelijke verzorging meer toe te kennen omdat haar echtgenoot en meerderjarige zoon het huishoudelijk werk zouden kunnen verrichten. De rechtbank oordeelt dat de definitie van leefeenheid in het Protocol Gebruikelijke Zorg (PGZ) niet mag afwijken van de wettelijke definitie in het Besluit zorgaanspraken AWBZ (BZA), waarin meerderjarige kinderen niet worden betrokken.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het CIZ ten onrechte het ruimere begrip leefeenheid uit het PGZ hanteerde, waardoor de zoon werd betrokken bij de beoordeling van gebruikelijke zorg. Dit is strijdig met de wettelijke regeling. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en geschorst, met als voorlopige voorziening dat verzoekster huishoudelijke verzorging conform klasse 3 blijft ontvangen.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter het CIZ tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak in de hoofdzaak staat open voor hoger beroep binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd en geschorst, en verzoekster ontvangt huishoudelijke verzorging conform klasse 3 gedurende de procedure.