ECLI:NL:RBLEE:2006:AY5220
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring rijgeschiktheid wegens epilepsie conform dwingende regeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het CBR om hem geen verklaring van geschiktheid af te geven voor het besturen van motorrijtuigen categorie B vanwege zijn epilepsie. Het CBR baseerde dit op medische onderzoeken waaruit bleek dat eiser gemiddeld 10 à 15 epileptische aanvallen per jaar heeft, wat volgens de Regeling eisen geschiktheid 2000 een ongeschiktheid tot rijden inhoudt.
De rechtbank stelt vast dat wijzigingen in de gezondheidstoestand na het besluit buiten beschouwing blijven, zodat de stelling van eiser dat hij sinds juli 2005 aanvalsvrij is, niet relevant is. De medische rapporten bevestigen dat eiser epilepsie heeft en dat de uitzonderingen in de regeling niet op hem van toepassing zijn.
Eiser voerde aan dat zijn aanvallen geen invloed hebben op het rijgedrag, omdat hij ze voelt aankomen en kan stoppen, maar de rechtbank oordeelt dat dit niet altijd mogelijk is en dat het gedeeltelijk uitvallen van het gezichtsveld tijdens een aanval een gevaar vormt. Het vertrouwensbeginsel dat eiser aanvoert wegens eerdere verlengingen van het rijbewijs kan niet prevaleren boven het dwingende karakter van de regeling die de verkeersveiligheid beschermt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het besluit van het CBR om de verklaring van rijgeschiktheid te weigeren blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verklaring van rijgeschiktheid blijft in stand.