ECLI:NL:RBLEE:2006:AY0092
Rechtbank Leeuwarden
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen afname en verwerking DNA-profiel minderjarige veroordeelde afgewezen
Op 3 juli 2006 heeft de rechtbank Leeuwarden uitspraak gedaan over een bezwaarschrift van een minderjarige veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift ontvankelijk is omdat het binnen de wettelijke termijn is ingediend. De wetgever heeft expliciet bepaald dat DNA-afname ook bij minderjarigen kan plaatsvinden bij bepaalde misdrijven. De officier van justitie heeft de bevoegdheid om een belangenafweging te maken, welke de rechtbank slechts marginaal kan toetsen.
De raadsman van de veroordeelde stelde dat er geen afweging is gemaakt op grond van artikel 3 IVRK Pro en dat het maatschappelijk belang niet zwaarder zou mogen wegen dan het belang van de minderjarige. Ook werd aangevoerd dat het misdrijf en de omstandigheden uitzonderlijk zijn, waardoor het DNA-onderzoek niet relevant zou zijn.
De rechtbank ziet echter geen argumenten die leiden tot toepassing van de uitzondering in artikel 2 lid 1 sub b van Pro de Wet DNA-onderzoek. De wetgever heeft deze uitzondering bedoeld voor misdrijven waarbij geen celmateriaal kan worden achtergelaten of waarbij het onderzoeksbelang ontbreekt, wat hier niet het geval is. De rechtbank verklaart het bezwaarschrift ongegrond en bevestigt daarmee de afname en verwerking van het DNA-profiel.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de minderjarige veroordeelde wordt ongegrond verklaard.