ECLI:NL:RBLEE:2006:AX9513
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over WOZ-objectafbakening en waardebepaling van vier onroerende zaken
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of vier eigendommen van eiser als één of als vier afzonderlijke onroerende zaken moeten worden aangemerkt volgens de Wet WOZ. Daarnaast is de juiste waarde van het voormalige bedrijfsterrein met vervuilde ondergrond en asbest in geschil.
De rechtbank stelt vast dat de vier eigendommen kadastraal en functioneel als afzonderlijke onroerende zaken zijn te beschouwen. Hoewel twee eigendommen onder één kadastraal nummer geregistreerd staan, zijn deze gescheiden in gebruik en bestemming (woning versus bedrijfsruimte). De intentie van eiser om de eigendommen als één geheel te verkopen leidt niet tot een andere beoordeling.
Ten aanzien van de waardebepaling van het bedrijfsterrein bevestigt de rechtbank dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet hoger is vastgesteld dan de economische waarde per 1 januari 2003. De rechtbank volgt het taxatierapport van een gecertificeerd WOZ-taxateur, waarin rekening is gehouden met waardevermindering door verontreiniging en asbest. Kosten voor verwijdering van deze vervuilingen worden niet integraal als waardedrukkend erkend, omdat er geen wettelijke verwijderingsplicht bestaat.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de WOZ-waardebepaling en objectafbakening wordt ongegrond verklaard.