ECLI:NL:RBLEE:2006:AX8783
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijzondere bijstand voor advocaatkosten bij faillissementsafhandeling
Eiser ontvangt sinds oktober 2002 een bijstandsuitkering en verzocht bijzondere bijstand voor advocaatkosten van €760,64 in verband met de afhandeling van zijn faillissement. Verweerder verleende slechts €89,- bijzondere bijstand, omdat eiser geen gebruik maakte van gefinancierde rechtsbijstand als voorliggende voorziening. De rechtbank stelt vast dat volgens de Wet werk en bijstand (WWB) en de Afstemmingsverordening verlaging van bijstand mogelijk is bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
De rechtbank overweegt dat de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) als voorliggende voorziening geldt en dat eiser op grond van artikel 12 lid 2 sub e Wrb Pro geen toevoeging kan krijgen voor rechtsbijstand bij de uitoefening van een eigen bedrijf. Hierdoor is bijzondere bijstand voor deze kosten uitgesloten. Verweerder heeft desalniettemin een beperkte vergoeding toegekend, maar de rechtbank ziet geen reden om dit te wijzigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut op 6 april 2006. Partijen is hoger beroep toegestaan bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor advocaatkosten wordt ongegrond verklaard.