ECLI:NL:RBLEE:2006:AW2020
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen boete parkeren voor in- of uitrit verworpen wegens ontbreken duidelijke kenmerken
Appellante werd beboet voor het parkeren voor een in- of uitrit aan de Kanaalweg te Harlingen op 7 juli 2005. Haar gemachtigde betwistte dat de plek een in- of uitrit was, omdat de wegenverkeerswet geen definitie van dit begrip bevat en de situatie ter plaatse niet duidelijk kenbaar was als zodanig.
De kantonrechter oordeelde dat de stelling juist is en dat de beoordeling moet worden gebaseerd op jurisprudentie. Volgens eerdere uitspraken moet een uitrit duidelijke fysieke kenmerken en een kenbare beperkte bestemming hebben. De foto's toonden een beklinkerde strook zonder deze kenmerken, gelegen voor de woning van een buurman, zonder duidelijke aanwijzing dat het een uitrit betreft.
De officier van justitie verzocht ter zitting de beschikking te wijzigen in een verwijt wegens het niet gebruiken van de rijbaan, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het te laat kwam in de procedure. De kantonrechter concludeerde dat de strook als trottoir of voetpad moet worden beschouwd en niet als rijbaan.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete vernietigd en het betaalde bedrag aan zekerheidstelling binnen veertien weken terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren voor een in- of uitrit wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd.