ECLI:NL:RBLEE:2006:AV8565

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
29 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
17/880076-06 RDK
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 67a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering gevangenhouding wegens poging zware mishandeling

De rechtbank Leeuwarden behandelde op 29 maart 2006 de vordering van de officier van justitie tot gevangenhouding van verdachte, die wordt verdacht van poging tot zware mishandeling. De verdachte was reeds eerder onherroepelijk veroordeeld voor opzetheling.

De rechtbank overwoog dat de verdenking van poging tot zware mishandeling niet voldoende grond biedt om aan te nemen dat verdachte opnieuw een ernstig misdrijf zal plegen, mede gezien het verschil in aard tussen het agressieve delict en de eerdere vermogenscriminaliteit. Er waren geen andere gronden om de voorlopige hechtenis te continueren.

Daarom wees de rechtbank de vordering tot gevangenhouding af, hief het bevel tot voorlopige hechtenis op en beval de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte. De beschikking werd gegeven door de meervoudige raadkamer onder voorzitterschap van G. Bracht.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot gevangenhouding af en beveelt onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector strafrecht
Afwijzing gevangenhouding
Parketnummer: 17/880076-06
BESCHIKKING
van de rechtbank van het arrondissement Leeuwarden, meervoudige raadkamer, in
de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres],
thans verblijvende P.I. Noord - HvB De Blokhuispoort te Leeuwarden.
De rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze
rechtbank, heeft op 16 maart 2006 een bevel tot bewaring van de verdachte
verleend.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de gevangenhouding
van de verdachte zal bevelen.
Deze vordering is heden behandeld in raadkamer, blijkens het daarvan opgemaakte
proces-verbaal, waarbij de verdachte is gehoord.
Nadere overweging inzake de grond voor de voorlopige hechtenis:
De verdenking is gerezen dat verdachte een poging tot zware mishandeling heeft
gepleegd. Zware mishandeling is een variant van mishandeling, omschreven in
artikel 300 van Pro het wetboek van strafrecht. De plaatsing van beide delicten
in titel XX van het Tweede Boek van dit wetboek, die het opschrift
"Mishandeling" draagt, wijst op een zo nauwe onderlinge betrekking dat de
verdenking geacht moet worden te zijn begrepen onder de aanduiding "artikel
300 van het wetboek van strafrecht" in artikel 67a, tweede lid, aanhef en onder
3 van het wetboek van strafvordering.
In de afgelopen vijf jaren is verdachte wegens opzetheling onherroepelijk
veroordeeld tot 1 maand gevangenisstraf.
Uit de actuele verdenking van een poging tot zware mishandeling in relatie
tot genoemde veroordeling kan niet worden afgeleid dat er ernstig rekening
mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een van de misdrijven zal
begaan, opgesomd in artikel 67a, tweede lid, aanhef en onder 3 van het wetboek
van strafvordering, nu de actuele verdenking een agressief delict betreft en
de veroordeling vermogenscriminaliteit. Nu er ook geen andere gronden bestaan
die tot voortzetting van de voorlopige hechtenis kunnen leiden, zal de
rechtbank de vordering tot gevangenhouding afwijzen en de onmiddellijke
invrijheidstelling van verdachte bevelen.
BESLISSING
De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie af;
heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op;
beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.
Deze beschikking is gegeven op 29 maart 2006 door mrs. G. Bracht, voorzitter,
M.R. de Vries, M. Severein, rechters, bijgestaan door H.O. de Boer, griffier.
Deze beschikking is getekend door de voorzitter en de griffier.