ECLI:NL:RBLEE:2006:AV7813
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vonnis over gedoogplicht en buisleidingconcessie voor zouttransportleidingen
De Rechtbank Leeuwarden behandelde meerdere beroepen en verzoeken met betrekking tot de gedoogplicht en buisleidingconcessie voor zouttransportleidingen van Frisia Zout B.V. De gedoogplicht was opgelegd door de minister van Verkeer en Waterstaat, waarbij verzoekers bezwaar maakten tegen de erkenning van het openbaar belang en de concessieverlening.
De rechtbank oordeelde dat de besluiten inzake erkenning openbaar belang en concessie niet gericht zijn op zelfstandige rechtsgevolgen en verklaarde de bezwaarschriften niet-ontvankelijk. De beroepen tegen deze besluiten werden gegrond verklaard en de besluiten vernietigd. Verzoeken tot voorlopige voorzieningen werden afgewezen, behalve het verzoek tot opheffing van de schorsing van de gedoogplicht.
De schorsing van de gedoogplicht werd opgeheven omdat Frisia inmiddels bereid was de vermogensschade van verzoekers in de onderhandelingen te betrekken, wat een relevante wijziging van omstandigheden vormde. De rechtbank legde tevens de proceskosten en griffierechten ten laste van de Staat der Nederlanden, waarbij de ministeries van V&W en EZ deze kosten ieder voor de helft dragen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt besluiten over erkenning openbaar belang en concessie, wijst enkele verzoeken af, en heft de schorsing van de gedoogplicht op wegens gewijzigde omstandigheden.