ECLI:NL:RBLEE:2006:AV6359
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Raad voor de Kinderbescherming niet gedwongen tot proefcontacten tegen belang kind
De zaak betreft een geschil over proefcontacten tussen een moeder en haar minderjarige kind, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming betrokken is als begeleider. Eerder had de rechtbank bepaald dat er minimaal vier proefcontacten moesten plaatsvinden, maar deze zijn niet doorgegaan vanwege weigering van de vader mee te werken.
De rechtbank heeft vervolgens dwangmiddelen opgelegd aan de vader om medewerking af te dwingen, maar de Raad gaf aan niet te willen meewerken aan proefcontacten die zij in strijd acht met het belang van het kind. De rechtbank stelt vast dat de Raad een zelfstandig bestuursorgaan is met een adviserende taak en dat zij marginaal getoetst kan worden in haar afweging.
De rechtbank eert het standpunt van de Raad en besluit dat er geen omgangsregeling zal gelden zolang niet is vastgesteld dat contact met de moeder niet tegen het belang van het kind ingaat. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot het afdwingen van proefcontacten af en bepaalt dat er geen omgangsregeling zal gelden zolang dit tegen het belang van het kind is.