ECLI:NL:RBLEE:2005:AY9622

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
10 november 2005
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
17/756009-05 VEV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 161 SvArt. 266 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens niet-kwalificeerbare belediging bij geschrift

De rechtbank Leeuwarden behandelde op 10 november 2005 een zaak waarin het openbaar ministerie verdachte vervolgt wegens belediging van een ambtenaar bij geschrift. De raadsman van verdachte voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een schriftelijke aangifte die tot de vervolging leidde. De politierechter verwierp dit verweer en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk.

De politierechter oordeelde dat er onvoldoende wettig bewijs was voor het primair ten laste gelegde feit, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken. Het subsidiair ten laste gelegde, waarin verdachte opzettelijk een ambtenaar beledigde door bij geschrift mededelingen te doen over corruptie en machtsmisbruik, werd wel bewezen verklaard.

Echter, de politierechter stelde dat het subsidiair bewezen verklaarde feit niet kwalificeerbaar was als een strafbaar feit onder artikel 266 Sr Pro, omdat het wettelijk vereiste element van openbaarheid ontbrak. Hierdoor werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging voor dat feit.

De uitspraak resulteerde in ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, vrijspraak van het primair ten laste gelegde en ontslag van rechtsvervolging voor het subsidiair ten laste gelegde. Het vonnis werd gewezen door politierechter M. Brinksma en uitgesproken in een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van primair ten laste gelegde en ontslagen van rechtsvervolging wegens niet-kwalificeerbare belediging bij geschrift.

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden
Sector strafrecht
VERKORT VONNIS
Uitspraak: 10 november 2005
Parketnummer: 17/756009-05
VONNIS van de politierechter in de rechtbank te Leeuwarden, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres].
De politierechter heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 28 oktober 2005. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.
TELASTELEGGING
Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.
In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.
ONTVANKELIJKHEID OPENBAAR MINISTERIE
De raadsman heeft gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu, met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte, zijn schriftelijke aangifte ex artikel 161 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot gevolg heeft gehad dat hij als verdachte is aangemerkt.
Dit verweer kan niet slagen. Ook al zou er sprake zijn van een aangifte in de zin van genoemd artikel, dan vloeit noch uit de wet, noch uit het recht voort dat het openbaar ministerie niet naar aanleiding daarvan tot vervolging van de aangever zou kunnen en mogen overgaan.
De politierechter verklaart de officier van justitie derhalve ontvankelijk in de vervolging.
PARTIËLE VRIJSPRAAK
De politierechter is -met de officier van justitie en de raadsman- van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs aanwezig is om te komen tot een bewezenverklaring van het primair telastegelegde, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.
BEWEZENVERKLARING
De politierechter acht het subsidiair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:
hij op of omstreeks 28 november 2004, in de gemeente Skarsterlân, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer] ([functie]), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening -zakelijk weergegeven- bij geschrift medegedeeld dat voornoemde [slachtoffer] onbetrouwbaar en corrupt is en/of schuldig is aan discriminatie van het gelijkheidsbeginsel, belangenverstrengeling, samenzwering en machtsmisbruik.
De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de politierechter dat niet bewezen acht.
KWALIFICATIE
De raadsman heeft gesteld dat het subsidiair telastegelegde ziet op de in artikel 266 van Pro het Wetboek van Strafrecht genoemde variant van belediging in het openbaar bij geschrift, doch dat dit feit, door het in de telastelegging ontbreken van het wettelijk element van openbaarheid, niet kwalificeerbaar is.
De politierechter constateert dat is telastegelegd (en bewezen verklaard) dat de belediging heeft plaatsgevonden in de vorm van het "bij geschrift mededelen". Naar het oordeel van de politierechter kunnen deze woorden zien op de door de raadsman genoemde variant van artikel 266 maar Pro zij kunnen evenzeer zien op de in voornoemd artikel omschreven variant van het toezenden of aanbieden van een geschrift. In het laatstgenoemde geval ontbreekt in de bewezenverklaring één van de termen toezenden of aanbieden.
Op grond van het vorenstaande komt de politierechter tot het oordeel dat het subsidiair bewezenverklaarde niet kwalificeerbaar en daardoor niet strafbaar is. Verdachte dient derhalve te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
DE UITSPRAAK VAN DE POLITIERECHTER LUIDT
RECHTDOENDE:
Verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is telastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair telastegelegde bewezen als voormeld doch niet te zijn een strafbaar feit.
Ontslaat verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, politierechter, bijgestaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 10 november 2005.