ECLI:NL:RBLEE:2005:AU6386
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen belastingaanslag 2003
Eiser kreeg voor het jaar 2003 een definitieve belastingaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van €30.948, hoger dan het door hem opgegeven bedrag. Na bezwaar werd het bezwaar grotendeels toegewezen, maar het verzoek om proceskostenvergoeding werd niet beslist. Verweerder betaalde later alsnog een vergoeding van €161 uit, zonder dit aan eiser te melden.
Eiser stelde beroep in tegen het ontbreken van een beslissing op zijn verzoek om proceskostenvergoeding. De rechtbank stelde vast dat verweerder hiermee artikel 7:15 Awb Pro had geschonden, omdat op een dergelijk verzoek bij uitspraak op bezwaar beslist moet worden. De uitbetaling van €161 werd gezien als erkenning van deze onrechtmatigheid.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak op bezwaar dat niet op het verzoek tot proceskostenvergoeding besliste, bevestigde de rest van de uitspraak en bepaalde dat eiser recht heeft op de vergoeding van €161. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van het beroep ad €322, te vergoeden door de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De rechtbank wijst een proceskostenvergoeding van €161 toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €322.