ECLI:NL:RBLEE:2005:AU5618
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot wedertewerkstelling na concessiewisseling openbaar vervoer
Twee werknemers, werkzaam bij Arriva en haar dochteronderneming, vorderden in kort geding wedertewerkstelling nadat hun arbeidsovereenkomst door het verlies van de concessie IJsselmond aan Connexxion van rechtswege was overgegaan naar Connexxion. Zij voerden aan dat zij niet als indirect personeel hadden moeten overgaan en dat bedrijfseconomische redenen geen grond voor overgang mochten zijn.
De kantonrechter stelde vast dat de werknemers als indirect personeel kwalificeren en dat artikel 37 van Pro de Wet Personenvervoer 2000 (WPV 2000) toepassing vindt. Dit artikel regelt dat rechten en verplichtingen van werknemers bij concessiewisseling overgaan, ook als werkzaamheden slechts gedeeltelijk aan het concessiegebied zijn toe te rekenen. De berekening van het aantal indirecte werknemers die overgaan is gebaseerd op omzetverlies, wat een bedrijfseconomische grondslag is.
De kantonrechter oordeelde dat Arriva het ontslagbesluit en de anciënniteitsregels correct heeft toegepast bij de aanwijzing van de werknemers die overgaan. De stellingen van de werknemers over uitwisselbaarheid van functies en anciënniteit werden onvoldoende onderbouwd. Ook het argument dat de vordering gebaseerd was op een mogelijke toekomstige wetswijziging werd verworpen, omdat het artikel nog steeds geldend recht is.
Ten slotte werd de vordering afgewezen omdat de werknemers inmiddels in dienst waren van Connexxion en de eventuele terugkeer naar Arriva nog onduidelijk was. De werknemers werden veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling van de werknemers wordt afgewezen omdat de overgang naar Connexxion correct is toegepast.