ECLI:NL:RBLEE:2005:AU5121
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onjuiste wettelijke grondslag bij verwijtbare werkloosheid
Eiser was werkzaam als callcenter-agent bij KCC Nederland B.V. en werd op 3 juni 2004 door de kantonrechter ontslagen wegens een verstoorde arbeidsverhouding, mede veroorzaakt door herhaaldelijk te laat komen en verslapen. Na het ontslag vroeg eiser een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat het gedrag niet verwijtbaar was, onder meer omdat niet alle waarschuwingen terecht waren en het ontslag niet aan hem te wijten was. De rechtbank oordeelde dat het besluit van het UWV een onjuiste wettelijke grondslag bevatte, omdat niet duidelijk was op welk onderdeel van de Werkloosheidswet het was gebaseerd.
Desondanks vond de rechtbank dat de maatregel terecht was opgelegd, omdat eiser herhaaldelijk gewaarschuwd was voor zijn gedrag en het voor hem voorzienbaar was dat herhaling tot ontslag zou leiden. Daarom liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit formeel en veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.