ECLI:NL:RBLEE:2005:AU4680
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.H. Varekamp-Vos
- Rechtspraak.nl
Betaling openstaande vakantiedagen en ADV-dagen bij einde dienstverband in strijd met wettelijke verjaring
De zaak betreft een geschil tussen een voormalig commercieel directeur en zijn werkgever over de betaling van openstaande vakantiedagen en ADV-dagen bij het einde van het dienstverband. De arbeidsovereenkomst verwees naar een Algemene Arbeidsvoorwaardenregeling (AAV) die onder meer beperkte dat maximaal vijf vakantiedagen uit een jaar mochten worden meegenomen naar het volgende kalenderjaar.
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer recht had op uitbetaling van niet genoten ADV-dagen omdat deze niet in de AAV waren geregeld en de werknemer te veel arbeid had verricht. De regeling in de AAV die het meenemen van meer dan vijf vakantiedagen beperkte, werd getoetst aan de dwingendrechtelijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank oordeelde dat deze regeling in strijd was met artikel 7:642 BW Pro, dat een verjaringstermijn van vijf jaar voorschrijft voor vakantieaanspraken.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het volledige tegoed aan vakantiedagen en ADV-dagen inclusief vakantiebijslag, alsmede de wettelijke verhoging van 50% en wettelijke rente. De gevorderde incassokosten werden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. De werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van openstaande vakantiedagen en ADV-dagen met wettelijke verhoging en rente.