ECLI:NL:RBLEE:2005:AU4240
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende toename arbeidsongeschiktheid
Eiser was werkzaam als hoofduitvoerder bij een bouwbedrijf en viel uit wegens rugklachten. Het UWV weigerde vanaf 14 juli 2003 een WAO-uitkering toe te kennen omdat de feitelijke verdiensten geen verlies aan verdienvermogen toonden, ondanks een theoretische schatting van 55-65% arbeidsongeschiktheid.
Eiser meldde zich later opnieuw ziek, waarna zijn dienstverband werd ontbonden. Het UWV weigerde opnieuw een WAO-uitkering toe te kennen op grond van het ontbreken van een toename van de medische beperkingen, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten. Het bezwaar van eiser werd ongegrond verklaard.
Eiser voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de uitleg van artikel 43a WAO door het UWV onjuist was. De rechtbank oordeelde dat artikel 43a WAO alleen ziet op toename van medische beperkingen die ten grondslag lagen aan een eerder toegekende of op de wachttijd gebaseerde uitkering. Omdat geen toename was vastgesteld, was een arbeidskundige beoordeling niet vereist.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht geen uitkering had toegekend en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.