ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3570
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot gedwongen verkoop gemeenschappelijke nalatenschapswoning
Eisers, broers en zusters, vorderden in kort geding dat gedaagde werd veroordeeld tot medewerking aan de onderhandse verkoop van een gemeubileerde woning uit de nalatenschap van hun ouders. De woning was sinds het overlijden van de ouders onverdeeld en onbewoond, hoewel gedaagde er vroeger in weekenden verbleef. Eisers stelden dat gedaagde niet meer in de woning verblijft en niet bereid is tot verkoop mee te werken, terwijl de onderhoudslasten zwaar drukken.
Gedaagde, inmiddels 71 jaar, verklaarde langdurig psychiatrisch opgenomen te zijn en wenste de woning te behouden om er na ontslag te gaan wonen. Hij verwees naar een afspraak bij het sterfbed van de ouders dat de woning voor hem zou worden bewaard. Ook gaf hij aan in overleg te zijn met een bank over financiële toedeling.
De voorzieningenrechter overwoog dat een vordering tot gedwongen verkoop in beginsel alleen toewijsbaar is indien partijen een verdeling zijn overeengekomen of de rechter die heeft vastgesteld. Dit was niet het geval. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. De rechter vond het niet aannemelijk dat de situatie van gedaagde en eisers zodanig was veranderd dat onmiddellijke verkoop noodzakelijk was, temeer daar een bodemprocedure nog afgewacht kon worden. De vordering werd daarom afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot gedwongen verkoop van de woning wordt afgewezen wegens ontbreken van overeengekomen verdeling of bijzondere omstandigheden.