ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3453
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging besluit concessieverlening steenzoutwinning Barradeel II wegens ontvankelijkheidsfouten
De rechtbank Leeuwarden behandelde het beroep tegen de verlening van de concessie 'Barradeel II' voor steenzoutwinning door Frisia. Eisers, bestaande uit een actiegroep van burgers en diverse verenigingen, betwistten onder meer de bevoegdheid tot concessieverlening, het ontbreken van een milieu-effectrapportage (MER) en schending van eigendomsrechten.
De rechtbank oordeelde dat de opsomming van delfstoffen in de Mijnwet 1810 niet limitatief is en dat zout als mijn moet worden beschouwd, waardoor de minister bevoegd was de concessie te verlenen. Tevens is geen MER vereist voor het besluit tot concessieverlening, omdat milieueffecten pas goed kunnen worden beoordeeld bij het ontginningsplan. De rechtbank vond geen weigeringsgronden voor de concessieverlening en oordeelde dat de eigendomsontneming van de bodemeigenaren niet in strijd is met het EVRM of de Grondwet, mede vanwege de wettelijke retributie.
Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder ten onrechte niet de ontvankelijkheid van individuele bezwaarmakers en rechtspersonen afzonderlijk heeft beoordeeld. Hierdoor werd het besluit op formele gronden gedeeltelijk vernietigd en verklaarde de rechtbank de bezwaren van bepaalde personen en verenigingen niet-ontvankelijk. Het beroep tegen de latere wijziging van de concessie werd verwezen naar de minister van Economische Zaken voor behandeling als bezwaar.
Uitkomst: Het besluit tot concessieverlening Barradeel II wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onjuiste ontvankelijkheidsbeoordeling, maar inhoudelijk is de concessie terecht verleend.