ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3326
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid fysiotherapeut
Eiser was sinds 1 januari 2000 als fysiotherapeut werkzaam bij een werkgever voor 20 uur per week. De werkgever vroeg op 5 februari 2004 ontslag aan wegens onvoldoende functioneren, klachten van patiënten en gebrek aan inzet en flexibiliteit. De CWI verleende op 11 maart 2004 toestemming voor ontslag, waarna het dienstverband per 16 juni 2004 werd beëindigd. Eiser vroeg een WW-uitkering aan, maar deze werd op 21 juni 2004 geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat het ontslag niet voorzienbaar was, dat de CWI zijn verweer onvoldoende had onderzocht en dat de verwijten onterecht waren. Verweerder handhaafde het besluit en stelde dat eiser herhaaldelijk was aangesproken op zijn functioneren en verplichtingen, waaronder het behalen van accreditatiepunten, zonder verbetering.
De rechtbank oordeelde dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden omdat hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn gedrag tot ontslag zou leiden. De gesprekken met de werkgever en het niet behalen van accreditatiepunten waren voldoende aanwijzingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.