ECLI:NL:RBLEE:2005:AU2847
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. Schulting
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek wegens onvoldoende onderbouwd reorganisatieplan
Miedema Hout B.V. verzocht de arbeidsovereenkomst met een werknemer te ontbinden op grond van gewichtige redenen, met als onderbouwing een reorganisatieplan en financiële cijfers van 2001 tot 2004. De rechtbank constateerde dat het reorganisatieplan niet objectief was opgesteld, aangezien de opsteller tevens bestuurslid was van de moedermaatschappij, en dat de financiële cijfers niet door een accountant waren goedgekeurd. De accountant had bovendien pas kort voor de zitting kennisgenomen van het plan.
Daarnaast bood het reorganisatieplan onvoldoende inzicht in de noodzaak van een tweede reorganisatie kort na een eerdere in 2004, en ontbrak schriftelijke onderbouwing van belangrijke aspecten zoals functiebeschrijvingen en salarisgegevens. De brief van de Friesland Bank ondersteunde de noodzaak van reorganisatie onvoldoende. De kantonrechter vond dat de spoed waarmee het verzoek was ingediend ten koste ging van een degelijke onderbouwing.
De werknemer betwistte de bedrijfseconomische noodzaak en stelde verweer. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende was gebleken van een verstoorde arbeidsrelatie die ontbinding zou rechtvaardigen. Gezien deze tekortkomingen werd het ontbindingsverzoek afgewezen en droegen partijen ieder hun eigen proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van een objectief en zorgvuldig onderbouwd reorganisatieplan en een gedegen financiële verantwoording bij ontbindingsverzoeken op grond van bedrijfseconomische redenen.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende objectief en financieel onderbouwd reorganisatieplan en het ontbreken van een verstoorde arbeidsrelatie.