ECLI:NL:RBLEE:2005:AT8144

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
15 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/560
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 AwbArt. 4:13 lid 1 AwbArt. 4:13 lid 2 AwbArt. 4:14 AwbArt. 4:15 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek voorlopige voorziening voor beslissing op aanvraag rijbewijs binnen wettelijke termijn

Verzoeker heeft op 1 maart 2005 een aanvraag ingediend voor de afgifte van een nieuw rijbewijs. Na het uitblijven van een beslissing heeft verzoeker op 9 juni 2005 bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen en op 18 april 2005 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de beslistermijn van acht weken, zoals bepaald in art. 4:13 lid 2 Awb Pro, is verstreken zonder dat verweerder een beschikking heeft gegeven of een kennisgeving heeft gedaan. Verweerder heeft aangevoerd dat de termijn opgeschort zou zijn wegens een onvolledige aanvraag, maar dit is niet onderbouwd met een verzoek tot aanvulling conform art. 4:5 Awb Pro.

Gelet op het spoedeisend belang van verzoeker en het ontbreken van een geldige opschorting, wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. De gemeente wordt binnen vier weken na dagtekening van het vonnis opgedragen alsnog een beslissing te nemen. Tevens wordt het betaalde griffierecht van €138,- aan verzoeker vergoed. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen; gemeente moet binnen vier weken beslissing nemen en griffierecht vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
Uitspraak ex artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
Reg.nr.: 05/560
Inzake
[A], wonende te [B], verzoeker,
gemachtigde: mr. J.H. van der Meulen, advocaat te Joure,
en
de burgemeester van de gemeente Ferwerderadiel, verweerder,
gemachtigde: B.Y. Jager, medewerker bij verweerders gemeente.
Procesverloop
Bij brief van 1 maart 2005 is namens verzoeker verzocht om met de passende voortvarendheid over te gaan tot de afgifte van een nieuw rijbewijs.
Op 9 juni 2005 is namens verzoeker tegen het uitblijven van een beslissing op deze aanvraag bezwaar gemaakt bij verweerder.
Tevens heeft verzoeker zich bij brief van 18 april 2005 tot de voorzieningenrechter gewend met het verzoek om op grond van art. 8:81 lid 1 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening te treffen, in die zin dat verweerder wordt opgedragen op korte termijn een beslissing te nemen.
Het verzoek is ter zitting behandeld op 14 juni 2005. Verzoeker is in persoon verschenen. Namens verweerder bovengenoemde gemachtigde verschenen.
Motivering
Op grond van art. 8:81 lid 1 Awb Pro kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het verzoek overweegt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken van beletselen om verzoeker te kunnen ontvangen. Voorts is genoegzaam aangetoond dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt het volgende.
In art. 4:13 lid 1 Awb Pro is bepaald dat een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
In art. 4:13 lid 2 Awb Pro is bepaald dat de in het eerste lid bedoelde redelijke termijn in ieder geval is verstreken wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in art. 4:14 heeft Pro gedaan.
Art. 4:14 Awb Pro bepaalt dat indien, bij het ontbreken van een bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn, een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, het bestuursorgaan de aanvrager daarvan in kennis stelt en het daarbij een redelijke termijn noemt waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
De voorzieningenrechter stelt vast dat met de brief van 1 maart 2005 is verzocht om de spoedige afgifte van het gevraagde rijbewijs en dat de termijn waarbinnen op de ingediende aanvraag beslist had moeten worden verstreken is zonder dat verweerder op het verzoek een besluit heeft genomen. Voor zover verweerder betoogt dat op grond van art. 4:15 Awb Pro de termijn voor het nemen van een besluit is opgeschort, omdat de aanvraag onvolledig zou zijn, overweegt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken dat verzoeker overeenkomstig art. 4:5 Awb Pro in de gelegenheid is gesteld binnen een door verweerder te bepalen termijn zijn aanvraag aan te vullen. De beslistermijn is daarom niet opgeschort.
Gelet op het bovenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard zal worden. Het verzoek om een voorlopige voorziening zal daarom toegewezen worden. De voorzieningenrechter zal bepalen dat verweerder thans binnen vier weken na dagtekening van deze uitspraak alsnog een beslissing op verzoekers aanvraag van 1 maart 2005 moet nemen.
De voorzieningenrechter bepaalt dat de gemeente Ferwerderadiel het door verzoeker gestorte griffierecht van € 138,= dient te vergoeden.
De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling, nu in de onderhavige procedure niet van deze kosten is gebleken.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- bepaalt dat verweerder binnen vier weken na dagtekening van deze uitspraak alsnog een beslissing op de aanvraag van 1
maart 2005 neemt;
- bepaalt dat de gemeente Ferwerderadiel het betaalde griffierecht van € 138,= aan verzoeker vergoedt.
Aldus gegeven door mr. D.J. Keur, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2005, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Jansen als griffier.
w.g. M.A. Jansen
w.g. D.J. Keur
Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend.
Schriftelijke uitspraak verzonden op: 17 juni 2005