ECLI:NL:RBLEE:2005:AT7640
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Pensioenverevening van vervroegd uittreden valt onder Wet Verevening Pensioenrechten
De rechtbank Leeuwarden behandelde een geschil tussen ex-partners over de verdeling van pensioenrechten na echtscheiding. De man ontving een uitkering uit de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) van het pensioenfonds van zijn voormalige werkgever en stelde dat deze uitkering niet onder de Wet Verevening Pensioenrechten (WVP) viel, omdat het geen ouderdomspensioen zou zijn en het een tijdelijke uitkering betreft die aansluitend op het dienstverband wordt uitgekeerd.
De vrouw betwistte dit en verwees naar brieven van het pensioenfonds waarin werd gesteld dat de RVU-uitkering wel degelijk onder de WVP valt. De rechtbank stelde vast dat het pensioenfonds de RVU-regeling als een pensioenregeling op grond van een pensioentoezegging beschouwt waarop de WVP van toepassing is. De rechtbank oordeelde dat de uitkering een ouderdomspensioen is in de zin van de WVP, ook al gaat het vóór de 65-jarige leeftijd in, en dat het niet uitmaakt of het deelnemerschap aan het pensioenfonds na het dienstverband is doorgegaan.
De rechtbank wees het verzoek van de man af en bepaalde dat de uitkering in volle omvang moet worden verevend volgens de regels van de WVP. Daarnaast werd de zaak verwezen naar een nadere terechtzitting voor verdere afwikkeling van alimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap, waarbij partijen aanvullende financiële gegevens moeten aanleveren. De rechtbank adviseerde partijen om in overleg te treden om de afwikkeling te bespoedigen en proceskosten te beperken.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek af en bepaalt dat de RVU-uitkering onder de Wet Verevening Pensioenrechten valt en dient te worden verevend.