ECLI:NL:RBLEE:2005:AT3867

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
13 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1067
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 6:13 AwbArt. 6:24 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtstreeks belang bij subsidieverlening

De Stichting koren-, pel- en houtzaagmolen De Zwaluw huurt een rijksmonument van de gemeente Ferwerderadiel en vroeg subsidie aan voor onderhoud. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wees deze subsidieaanvragen af. Het college van burgemeester en wethouders van Ferwerderadiel diende een bezwaarschrift in tegen deze afwijzing, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het college geen rechtstreeks belang had bij de subsidieverlening.

De rechtbank oordeelde dat het college slechts een afgeleid belang had, aangezien de subsidieaanvragen door de Stichting zelf waren ingediend en het college niet direct werd geraakt door de weigering. Het feit dat de molen eigendom is van de gemeente en dat het college een bestuurslid van de Stichting benoemt, veranderde hier niets aan.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.

Uitkomst: Het beroep van het college van burgemeester en wethouders van Ferwerderadiel wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van rechtstreeks belang.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak ex artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
Reg.nr.: 04/1067
Inzake het geding tussen
het college van burgemeester en wethouders van Ferwerderadiel, eiser,
en
de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, te Den Haag, verweerder.
1. Aanduiding van het besluit waarop het beroep betrekking heeft
Het besluit van verweerder van 18 augustus 2004, waarbij het bezwaarschrift van eiser van 19 mei 2004 niet-ontvankelijk is verklaard.
2. Datum van de zitting
Het geding is behandeld ter zitting van de rechtbank, enkelvoudige kamer, op 5 april 2005, waar geen der partijen is verschenen.
3. De rechtbank sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak
a. De beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond.
b. De gronden van de beslissing
De stichting “Stichting koren-, pel- en houtzaagmolen De Zwaluw” te Birdaard (hierna: de Stichting) huurt een als rijksmonument aangemerkte molen van de gemeente Ferwerderadiel tegen een bedrag van € 1,- per jaar. Nadat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg op 8 april 2004 een tweetal aanvragen van de Stichting heeft ontvangen voor een subsidie ingevolge het Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten, heeft verweerder deze aanvragen afgewezen bij twee afzonderlijke besluiten van 10 en 13 mei 2004, met als kenmerk MS/2004/002859, respectievelijk MS/2004/002858. Adressant van beide besluiten is de Stichting. Op 19 mei 2004 heeft eiser een brief verzonden waarin hij, onder vermelding van het kenmerk MS/2004/002859/G, verweerder heeft verzocht om in heroverweging alsnog een bijdrage beschikbaar te stellen. Bij het nu bestreden besluit heeft verweerder dit bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder stelt dat eiser een rechtstreeks belang ontbeert, maar (hooguit) een afgeleid belang heeft.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht geoordeeld dat eiser niet kan worden aangemerkt als iemand wiens belang rechtstreeks betrokken is bij de weigering subsidie te verlenen aan de Stichting. Aangezien de aanvraag ingediend is door de Stichting, wordt eiser door de weigering niet rechtstreeks in zijn belangen geraakt. Dat de molen eigendom is van de gemeente Ferwerderadiel en dat eiser één bestuurslid van de Stichting benoemt, maakt dit niet anders.
Gelet op het bovenstaande, concludeert de rechtbank dat verweerder het bezwaarschrift van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarom is het beroep ongegrond.
De rechter deelt mee dat partijen en andere belanghebbenden tegen deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen, behoudens het bepaalde in artikel 6:13 juncto Pro 6:24 van de Awb. Degene die van dit rechtsmiddel gebruik wil maken, dient binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal een beroepschrift te zenden aan:
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Postbus 20019
2500 EA Den Haag.
De zitting wordt gesloten.
Waarvan proces-verbaal.
mr. F. Aissa, griffier
mr. E. de Witt, rechter
Afschrift verzonden op: 13 april 2005