ECLI:NL:RBLEE:2004:AU1615
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid curator tot inning stil verpande vorderingen zonder overleg met bank
De zaak betreft een geschil tussen ING Bank N.V. en de curator van Aannemingsmaatschappij Westerbaan B.V., die failliet is verklaard. De bank had een stil pandrecht op vorderingen van Westerbaan en stelde dat de curator onrechtmatig handelde door deze vorderingen te incasseren op een andere rekening dan de bankrekening van Westerbaan, zonder overleg en zonder de bank een termijn te stellen conform artikel 58 Faillissementswet Pro.
De rechtbank overwoog dat de curator wettelijk bevoegd is om stil verpande vorderingen te incasseren namens de boedel, ook zonder overleg met de bank. Hoewel overleg wenselijk is, is het nalaten daarvan niet onrechtmatig. Het verzoek van de curator aan debiteuren om op de faillissementsrekening te betalen maakt het handelen niet onrechtmatig. De bank behoudt haar voorrang op de geïnde bedragen, maar verliest het recht op verrekening.
De rechtbank verwierp ook het beroep van de bank op misbruik van bevoegdheid en het argument dat de curator de bank bewust zou hebben benadeeld. Verder faalde het betoog dat de curator de bank een termijn had moeten stellen volgens artikel 58 Fw Pro. Omdat de vordering in conventie werd afgewezen, werd de voorwaardelijke reconventionele vordering niet behandeld. De bank werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de bank af en veroordeelt de bank in de proceskosten.