ECLI:NL:RBLEE:2004:AR8583
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing sluiting woning wegens onvoldoende feitelijke grondslag en ontbrekende begunstigingstermijn
De rechtbank Leeuwarden behandelde op 31 december 2004 de verzoeken om voorlopige voorziening tegen besluiten van de burgemeester van Leeuwarden tot sluiting van een woning wegens overlast gerelateerd aan drugs. De besluiten betroffen sluiting van het perceel vanaf 3 januari 2005 tot 3 juli 2005. De voorzieningenrechter stelde vast dat de bevoegdheid tot sluiting ingevolge artikel 174a van de Gemeentewet alleen kan worden toegepast indien sprake is van een ernstige en maatschappelijk onaanvaardbare verstoring van de openbare orde.
De rechtbank oordeelde dat de motivering van de besluiten onvoldoende was. Er ontbraken voldoende concrete en recente bewijsstukken die de overlast aan het pand konden koppelen. De overgelegde informatie was deels niet recent en onvoldoende concreet, terwijl contra-indicaties zoals recente weekrapporten van de stadswacht en verklaringen van medebewoners wezen op het ontbreken van overlast vanuit de woning.
Daarnaast concludeerde de voorzieningenrechter dat de besluiten in strijd waren met lid 4 van artikel 174a Gemeentewet omdat zij geen begunstigingstermijn bevatten, terwijl dit wettelijk en beleidsmatig wel vereist is. De burgemeester erkende dit ter zitting. De rechtbank besloot daarom de besluiten te schorsen tot twee weken na bekendmaking van de beslissingen op bezwaar, met een doorlopende schorsing bij een nieuw verzoek tot voorlopige voorziening.
De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank schorst de besluiten tot sluiting van de woning wegens onvoldoende feitelijke grondslag en het ontbreken van een begunstigingstermijn.