ECLI:NL:RBLEE:2004:AR7028
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk onjuiste belastingaangiften ondanks betwisting una via en onrechtmatige bewijsverkrijging
De politierechter te Leeuwarden heeft op 6 december 2004 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte wegens het meermalen opzettelijk onjuist en onvolledig doen van aangiften inkomsten- en vermogensbelasting over de jaren 1996 tot en met 2000.
Verdachte voerde verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM) op grond van het una via-beginsel, het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel en onrechtmatige bewijsverkrijging door Belgische autoriteiten. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat sprake was van verschillende feiten over verschillende jaren en dat het OM rechtmatig had gehandeld bij de bewijsverzameling.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte en een mededader opzettelijk onjuiste bedragen aan buitenlandse rente-inkomsten en saldi hadden opgegeven, waardoor te weinig belasting werd geheven. De strafmaat werd bepaald rekening houdend met de ernst van de feiten, de persoon van verdachte, het tijdsverloop en de betaalde fiscale boeten, die echter niet werden meegewogen. Verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur en een geldboete van 7.000 euro, met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 40 uur werkstraf en een geldboete van 7.000 euro wegens meermalen opzettelijk onjuiste belastingaangiften.