ECLI:NL:RBLEE:2004:AR5165
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor wegens ongeschiktheid in civiele procedure over overlijden minderjarige
Verzoekster heeft een voorlopig getuigenverhoor gevraagd om te bewijzen dat het onderzoek naar de dood van haar 17-jarige zoon onzorgvuldig en onvolledig is geweest. Haar zoon werd levenloos aangetroffen na vermissing, en zij stelt dat concrete aanwijzingen genegeerd zijn en dat het onderzoek onvoldoende was, onder meer vanwege de onwaarschijnlijke route die haar zoon zou hebben gevolgd en de bevindingen van huidletsels en medicijnconcentraties.
De Staat voert aan dat er geen aanwijzingen zijn dat het overlijden het gevolg is van een misdrijf en dat de lichte huidverwondingen verklaard kunnen worden door vallen of stoten onder invloed van alcohol en medicijnen. De rechtbank stelt vast dat het verzoek niet gericht is op het beantwoorden van alle vragen rondom het overlijden, maar op het verkrijgen van bewijs voor een civiele procedure waarin schadevergoeding wordt gevorderd.
De rechtbank oordeelt dat het feitelijke onderzoek reeds duidelijk is en dat het horen van getuigen in een voorlopig getuigenverhoor niet zal bijdragen aan de beoordeling van de civiele procedure. Het verzoek is daarom niet ter zake dienende en wordt afgewezen. Voor nader strafrechtelijk onderzoek dient verzoekster de weg van artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering te volgen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen omdat het niet kan bijdragen aan de beoordeling van de civiele procedure.