ECLI:NL:RBLEE:2004:AO5386
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot toedeling onroerend goed uit nalatenschap wegens onvoldoende aannemelijkheid bindende taxatie
In deze zaak vordert eiseres in kort geding dat een onroerend goed, onderdeel van de nalatenschap van haar ouders, aan haar wordt toebedeeld tegen betaling van de taxatiewaarde van €200.000. Eiseres stelt dat tussen haar en haar broers en zussen een bindende afspraak is gemaakt om het pand tegen deze waarde toe te delen. Gedaagden betwisten deze afspraak.
De rechtbank stelt vast dat niet aannemelijk is geworden dat de taxatiewaarde bindend is overeengekomen, mede omdat een van de gedaagden niet aanwezig was bij de bijeenkomst waarin dit zou zijn afgesproken en ook niet rechtsgeldig vertegenwoordigd was. Daarnaast is onvoldoende duidelijkheid over de juiste waarde van het pand, mede door discussie over de uitgangspunten van de taxatie.
Hoewel het redelijk is dat het pand aan eiseres wordt toebedeeld gezien haar langdurige huur en exploitatie, kan de rechter in dit kort geding niet vaststellen welk bedrag zij aan de andere erfgenamen moet betalen. De vorderingen worden daarom afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot toedeling van het pand aan eiseres tegen de taxatiewaarde wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van een bindende taxatie.