ECLI:NL:RBLEE:2004:AO4819
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Fuhler
- G. Bracht
- J.J. Beswerda
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van gebruik belemmerende apparatuur tegen snelheidsmeting
De rechtbank Leeuwarden behandelde op 4 maart 2004 een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het gebruik van apparatuur om snelheidsmetingen te beletten, belemmeren of te verijdelen. Tijdens het onderzoek bleek dat het opsporingsonderzoek onvoldoende was uitgevoerd, met name wat betreft het vaststellen van de aard en werking van de apparatuur in het voertuig van verdachte.
De rechtbank constateerde dat niet of onvoldoende was onderzocht welke apparatuur in of aan het voertuig was aangebracht en of deze apparatuur daadwerkelijk functioneerde op een wijze die strookte met de verdenking. Tevens was er onvoldoende onderzoek gedaan naar de verklaring van verdachte dat de apparatuur ook een alternatieve aanwending had.
Gezien deze tekortkomingen achtte de rechtbank het bewijs niet wettig en overtuigend. De bewijsmiddelen boden geen redengevende grondslag om aan te nemen dat verdachte opzet had op het beletten, belemmeren of verijdelen van de snelheidsmeting. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van het gebruik van apparatuur ter belemmering van snelheidsmetingen.