ECLI:NL:RBLEE:2003:AL9036
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling alimentatiebijdrage minderjarige en ex-partner bij inkomensterugval en nieuwe partner
In deze zaak staat de alimentatieplicht van de man jegens zijn minderjarige kind en zijn voormalige partner centraal, waarbij rekening wordt gehouden met de invloed van zijn nieuwe partner en een terugval in inkomen. Tot 4 maart 2003 droeg de man de lasten van de echtelijke woning en de aflossing van huwelijkse schulden, waarna de rechtbank aannam dat deze schulden uit de woningopbrengst waren voldaan. De man had tot die datum geen draagkracht voor alimentatie.
De man woont samen met een nieuwe partner die sinds begin januari 2003 geen eigen inkomsten meer heeft, wat een negatieve invloed heeft op zijn draagkracht. De rechtbank oordeelt dat de negatieve financiële effecten van samenwonen met een nieuwe partner niet zonder meer op het kind mogen worden afgewenteld, tenzij het gezin van de man daardoor onaanvaardbaar wordt benadeeld. Dit is niet het geval bij een alimentatiebijdrage van €160 per maand.
Ten aanzien van de alimentatie voor de voormalige partner overweegt de rechtbank dat de onderhoudsplicht uit de wet voortvloeit en dat van de nieuwe partner mag worden verwacht dat zij zorgvuldig omgaat met de alimentatieplicht. De rechtbank acht het echter onduidelijk of de partner onzorgvuldig heeft gehandeld door het wegvallen van haar inkomen, mede omdat zij mogelijk niet in staat is om te werken. De man wordt opgedragen meer informatie te verstrekken over de inkomenssituatie van zijn partner. De zaak wordt daarom voor de alimentatie van de ex-partner verwezen naar een nadere zitting voor een pro forma behandeling.
Uitkomst: De man moet €160 per maand aan kinderalimentatie betalen; alimentatie voor de ex-partner wordt verwezen naar een nadere zitting.