ECLI:NL:RBLEE:2003:AF3440
Rechtbank Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.H.M. Dölle
- L.A.D. Lindenbergh
- H.R. Bax
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken verharde weg bij voorrangsincident op schelpenpad Vlieland
In deze zaak stond centraal of een fietspad met een schelpenlaag op Vlieland kon worden aangemerkt als een verharde weg in de zin van artikel 15 lid 2 onder Pro a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Verdachte werd beschuldigd van het niet verlenen van voorrang aan een van rechts komende fietser op dit pad, wat tot een aanrijding leidde.
De rechtbank stelde vast dat het schelpenpad niet voldeed aan de normale eisen van een verharde weg, omdat de schelpenlaag niet altijd stabiel en begaanbaar is, vooral bij regen of kort na het aanbrengen. De hardheid van het pad varieert en is afhankelijk van verschillende omstandigheden, waardoor het regime van de weg onduidelijk zou worden als het pad als verharde weg zou gelden.
De rechtbank oordeelde dat het schelpenpad geen verharde weg is volgens het RVV en dat de uitzondering in artikel 15 lid 2 onder Pro a RVV 1990 als rechtvaardigingsgrond geldt. Hierdoor kon het bewezenverklaarde niet worden gekwalificeerd als een strafbaar feit en werd verdachte vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging.
De uitspraak vernietigde het eerdere vonnis van de kantonrechter wegens niet voldoen aan wettelijke eisen en stelde vast dat het beroep op de bijzondere rechtvaardigingsgrond terecht was. De rechtbank hoefde het verweer van verdachte betreffende strafbaarheid niet te behandelen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het schelpenpad geen verharde weg is volgens artikel 15 lid 2 RVV 1990.