ECLI:NL:RBLEE:2002:AE9540
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst blijft voortbestaan wegens nietigheid opzegging en loonbetaling tot nieuwe baan
De werknemer trad op 28 mei 2001 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De werkgever zegde de arbeidsovereenkomst op 17 oktober 2001 zonder toestemming van de Regionaal Directeur Arbeidsvoorziening (RDA) op, waardoor deze opzegging vernietigbaar was. De RDA verleende op 7 december 2001 alsnog toestemming, maar de werkgever heeft nagelaten de arbeidsovereenkomst opnieuw schriftelijk op te zeggen met inachtneming van de CAO-opzegtermijn van drie weken.
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst daardoor onverminderd voortduurde na 7 januari 2002. De werknemer vond op 18 maart 2002 een nieuwe baan, waarmee de arbeidsovereenkomst met de werkgever definitief eindigde. De werkgever is gehouden het loon, de vakantiegeldrechten en een wettelijke verhoging over de periode tot 18 maart 2002 te betalen.
De werkgever betwistte de vordering en stelde dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was opgezegd en dat de loonbetalingsverplichting vanaf 1 januari 2002 was geëindigd. Dit verweer werd verworpen. De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van € 5.896,90 bruto aan loon en vakantiegeld, € 2.948,45 aan wettelijke verhoging en incassokosten, alsmede de proceskosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst bleef voortbestaan tot 18 maart 2002 en de werkgever is veroordeeld tot betaling van loon, vakantiegeld en wettelijke verhoging tot die datum.