ECLI:NL:RBLEE:2001:AD4683
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.S. Wegener Sleeswijk
- I.M. Dölle
- S.M. van der Schenk
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens meineed door afleggen valse verklaring onder ede
Verdachte werd terechtgesteld voor het opzettelijk afleggen van een valse verklaring onder ede tijdens een strafzaak waarin hij als getuige verscheen. De verklaring betrof een onjuiste weergave van zijn verblijf en waarnemingen op een specifiek moment, waarbij hij onder ede stond en de waarheid moest spreken.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie verdachte een transactie had moeten aanbieden, maar de rechtbank verwierp dit verweer op grond van het opportuniteitsbeginsel en het ontbreken van richtlijnen en concrete feiten die discriminatie of ongelijkheid aantonen.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte willens en wetens een onjuiste verklaring heeft afgelegd, wat de rechtspleging belemmert. Gezien de ernst van het feit en vergelijkbare jurisprudentie legde de rechtbank een hogere straf op dan de officier van justitie had geëist.
De straf bestaat uit een werkstraf van 120 uur onbetaalde arbeid, met een vervangende hechtenis van zestig dagen indien de werkstraf niet wordt uitgevoerd. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur onbetaalde arbeid wegens meineed met vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-naleving.